View of the solar system showing the locations of all the asteroids starting in 1980, as asteroids are discovered they are added to the map and highlighted white so you can pick out the new ones.
The final colour of an asteroids indicates how closely it comes to the inner solar system. Earth Crossers are Red. Earth Approachers (Perihelion less than 1.3AU) are Yellow. All Others are Green
Notice now the pattern of discovery follows the Earth around its orbit, most discoveries are made in the region directly opposite the Sun. You’ll also notice some clusters of discoveries on the line between Earth and Jupiter, these are the result of surveys looking for Jovian moons. Similar clusters of discoveries can be tied to the other outer planets, but those are not visible in this video.
As the video moves into the mid 1990′s we see much higher discovery rates as automated sky scanning systems come online. Most of the surveys are imaging the sky directly opposite the sun and you’ll see a region of high discovery rates aligned in this manner.
At the beginning of 2010 a new discovery pattern becomes evident, with discovery zones in a line perpendicular to the Sun-Earth vector. These new observations are the result of the WISE (Widefield Infrared Survey Explorer) which is a space mission that’s tasked with imaging the entire sky in infrared wavelengths.
Currently we have observed over half a million minor planets, and the discovery rates snow no sign that we’re running out of undiscovered objects.
Bacteriën die zijn verzameld nabij de zuidelijke kust van Engeland hebben wetenschappers verbaasd door 553 dagen in de ruimte te overleven.
Microben die verzameld zijn in het vissersplaatsje Beer en vervolgens geplaatst aan de buitenzijde van het internationale ruimtestation ISS, overleefden de reis niet alleen, maar bleven zich hierna gewoon vermenigvuldigen in een laboratorium.
De organismen reisden mee met het ruimtestation om te zien hoe ze zich zouden handhaven in de extreme omstandigheden boven de aardse atmosfeer.
De bacteriën bevinden zich nu in een laboratorium van de Open Universiteit van Milton Keynes. Het experiment laat zien dat microben gemakkelijk van de ene planeet of meteoriet naar de andere zouden kunnen reizen.
De organismen zijn geclassificeerd als OU-20 en men denkt dat hun relatief dikke celwand de overleving in de ruimte heeft veiliggesteld. Zodoende vormt om de kwetsbare cellen in het centrum een soort muur, waardoor deze beschermd zijn en niet worden blootgesteld aan straling.
OU-20 is gerelateerd aan een bacteriesoort die zowel op Antarctica als in diverse woestijnen wordt gevonden.
Deze versmelting van twee sterrenstelsels vindt plaats op 62 miljoen lichtjaren van de Aarde en begon ongeveer 100 miljoen jaar geleden.
Beide stelsels hebben antenne-achtige armen waar ze hun naam aan te danken hebben. De röntgenstraling in de foto laat hete wolken interstellair gas zien die zijn geïnjecteerd met vele elementen uit supernova-explosies.
Het verrijkte gas bevat elementen als zuurstof, ijzer, magnesium en silicium. Dit zijn een paar van de basisingrediënten voor de vorming van nieuwe sterren en planeten.
De heldere punten in de foto laten materiaal zien wat in zwarte gaten en neutronensterren is getrokken, die tot honderd keer zo groot zijn dan de Zon.
De geomagnetische activiteit is afgenomen en het poollicht is weer verdwenen. Op het hoogtepunt van de geomagnetische storm, was het noorderlicht (Aurora Borealis) te zien tot en met Wisconsin en Iowa in Amerika en Denemarken en Duitsland in Europa.
Bij de kust van Antarctica werd ook het zuiderlicht (Aurora Australis) waargenomen.
Dit is het grootste schouwspel tot nu toe van dit jaar. Terwijl de zonne-activiteit toeneemt tot een zonnemaximum in 2013 zal dit fenomeen maandelijks of zelfs wekelijks plaatsvinden.
Na de activiteit rond zonnevlek 1092 zijn reeds drie andere zonnevleken ontstaan.
De zonnestorm die op 1 augustus jongstleden plaatsvond, gaat de boeken in als één van de krachtigste van de afgelopen jaren. Dit laten metingen zien van de twee STEREO ruimtevaartuigen van de NASA.
De storm genereerde een magnetisch geladen stroom van deeltjes die met 3,5 miljoen kilometer per uur richting de Aarde werd geslingerd. De STEREO ruimtevaartuigen legden de eruptie vast en stuurden de foto’s terug naar de Aarde.
Het materiaal wat vrijkwam bij de eruptie bereikte een snelheid van meer dan 1.000 kilometer per seconde, of 3,5 miljoen kilometer per uur. “Dit soort uitbarstingen is een eerste teken dat de zon ontwaakt en toewerkt naar een zonnemaximum in 2013,” zei een NASA woordvoerder in een verklaring.
De Zon gaat door een cyclus van 11 jaren. Het laatste zonnemaximum vond plaats in 2001 en het zonneminimum wat erop volgde was extreem zwak en langdurig.
CME’s (Coronal Mass Ejections) zijn erupties van geladen deeltjes op de Zon die enkele uren lang naar buiten worden gespuwd. Ze kunnen vele miljarden tonnen plasma bevatten en bereiken gemiddelde snelheden van 1,6 miljoen kilometer per uur. Met zulke snelheden kunnen ze de afstand tussen de Zon en de Aarde in twee tot vier dagen overbruggen.
Wetenschappers hebben geen idee hoe groot zonnevlekken en zonnevlammen kunnen worden, omdat ze deze pas sinds het begin van het ruimtetijdperk volgen.
Bij een uitbarsting worden als gezegd miljarden tonnen aan sterk geladen deeltjes afgevuurd. Het aardmagnetisch veld houdt deze stroom tegen als een gigantische parasol en voert ze veilig af naar de polen, waar ze poollicht veroorzaken.