Archief voor categorie “Sociale Innovatie”
Posted on 14 maart 2009 by Neo Xirtam in Sociale Innovatie
VN:F [1.9.17_1161] VN:F [1.9.17_1161] Rating: 0.0/10 (0 votes cast) Bron: Sociale Innovatie
Transition Towns, heeft u daar wel eens van gehoord? Ik kende de term helemaal niet. De afgelopen week zijn we druk doende geweest om Hermann Scheer, de ‘Duitse Al Gore’, naar Arnhem te halen (hetgeen ook gelukt is) en hem te laten praten over duurzame energie opwekking en ineens lees ik een heel verhaal in Het Financieele Dagblad over steden die de overgang maken naar zelfvoorziening in energie.
Transition Towns gaan voor een lokale economie zonder olie. Dat is in Engeland begonnen, in het Zuidengelse Totnes. Inmiddels zijn er tientallen steden en dorpen die de transitie maken naar een lokale economie die draait op hernieuwbare energie. Ook in Nederland nemen de initiatieven heel snel toe. Deventer is de eerste stad die officieel een TT-stad is en er zijn er 30 in oprichting. Denkt u eens mee? Als je vanuit Google Earth nou eens op Deventer focust en dan gaat uitzoomen. Stel je voor dat je deze TT-ontwikkeling in een bewegende grafiek kunt zetten, zodat je stromen en bewegingen ziet. Dan zou je twee tegengestelde bewegingen zien.
Ten eerste een groeiend netwerk dat zich als een inktvlek vanuit Engeland over het Europese continent gaat verspreiden. Gemeenschappen gaan in hun eigen voedsel voorzien, wekken hun eigen wind- en zonne-energie op, maar maken tegelijk onderdeel uit van een internationaal netwerk dat ervaringen uitwisselt en leert. Je zet je af tegen wat de globalisering ons brengt, maar blijft wel globaal denken. Is dat nou deglobalisering? Is dit nu Think global, act local of is dit Think local, act global? TT-oprichter Rob Hopkins vertelt in het FD al dat je als TT-stad niet kunt terugvallen op grote overzeese handelsstromen als dat gepaard gaat met het gebruik van olie als basisbrandstof.
Een andere term die veelvuldig in het TT-verhaal valt is gemeenschap. Zo heeft Totnes al zijn eigen energiebedrijf opgericht dat eigendom is van de gemeenschap. Er is her en der een duidelijke beweging te merken van mensen die om een of andere reden niet de speelbal willen zijn van grote, internationale conglomeraten – of het nu om banken of om energiebedrijven gaat. Eigenaarschap, zeggenschap, gemeenschap, lokaal en integraal denken, maar globaal connected zijn: waar kennen we dat van? Is dat niet waar systeemdenkers al jaren over publiceren als het om organisaties gaat? En schrijven onderzoekers over stedelijkheid ook al niet jaren over de tendens van het lokale en regionale? Er is hier wel wat aan de hand en het is meer dan interessant om dergelijke initiatieven te bekijken met een bril op van anders samenwerken en organiseren.
Bron: Sociale Innovatie
Links:
Transition Towns Nederland
Kleureneconomie
Geen reacties »
Posted on 6 maart 2009 by Neo Xirtam in Sociale Innovatie
VN:F [1.9.17_1161] VN:F [1.9.17_1161] Rating: 0.0/10 (0 votes cast) Het is een beetje te vroeg om te kunnen spreken van een gedeeltelijke omkering van de globalisering, maar de laatste maanden spreek ik allerlei verschillende mensen die met verhalen komen van tekenen van een – noem het maar – omgekeerde beweging. Ik hoorde dat documentairemakers nadachten over het thema. Ik hoorde de verhalen naar aanleiding van het boek The Black Swan van Taleb over de impact van het hoogstonwaarschijnlijke. Ja, onze wereld kan schokken beter opvangen door internationaal verknoopt te zijn. Maar, als er dan een keer een kredietcrisis ergens in de VS begint, dan komen we ook allemaal aan de beurt en gebeurt het onwaarschijnlijke overal.
En dan heb je nog de visies over het bestrijden van de milieucrisis. Hoe zinvol is het om voedsel nog langer over de wereld heen en weer te transporteren? Vraagt dat niet veel meer om het lokaal produceren van groenten, fruit, zuivel en vlees? In het verlengde van de food miles discussie (hoeveel kilometer legt uw eten af?), speelt ook de discussie over onze energievoorziening. Met Duitsland en een aantal Scandinavische regio’s als voorbeeld, zie je dat decentrale energie opwekking de toekomst heeft. Overal zonnepanelen. Ieder huis wekt stroom op, levert dat aan een regionaal distributiepunt en die verdeelt het weer over iedereen. In Duitsland zijn energiebedrijven verplicht deze stroom af te nemen. Decentraal energie opwekken, decentraal voedsel verbouwen en distribueren.
Dan hoor ik Sir Ken Robinson zeggen dat het model dat het beste past bij de talentontwikkeling van vandaag niet langer een industrieel model van lineaire leerlijnen is, maar zich het beste laat omschrijven als een agrarisch model. Een op de lokale omstandigheden gerichte aanpak van leren en ontwikkelen die streeft naar een zo groot mogelijke verscheidenheid die gecreëerd wordt door het scheppen van randvoorwaarden in een gemeenschap. En dan zegt Richard Florida daar bovenop dat het antwoord op de crisis niet ligt in nationale of globale maatregelen, maar in een grote variëteit van lokale oplossingen. Steden en regio’s dienen zich te onderscheiden door anders te zijn dan de anderen. In de VS zijn verschillende staten bezig om los van Washington hun eigen wetten en maatregelen in te voeren. Op milieugebied. Op het gebied van medische zorg. Soms hebben zij die ruimte, soms nemen zij die. Wat betekent dat voor de samenhang van de Verenigde Staten? Vooralsnog worden al die discussies op diverse podia gevoerd. Maar, stel nu eens dat ze samen komen?
Bron: socialeinnovatie.com
Geen reacties »
Posted on 20 februari 2009 by Neo Xirtam in Sociale Innovatie
VN:F [1.9.17_1161] VN:F [1.9.17_1161] Rating: 0.0/10 (0 votes cast) De crisis zal de geografie van Amerika voor eens en voor altijd veranderen. Sommige steden zullen uiteindelijk sterker uit de crisis terugkomen; andere komen nooit meer terug. In de slechtste scenario’s zijn er steden, zoals de voormalige industriesteden in de Rust Belt die de slag nooit meer te boven gaan komen.
Spookstad
‘Steden als Detroit kunnen in een spookstad veranderen,’ aldus Florida in een exclusief vraaggesprek dat socialeinnovatie.nu met hem had in het Spaanse Pamplona. De auteur van Rise of The Creative Class vergelijkt de crisis van nu met de Long Depression van de tweede helft van de negentiende eeuw, toen Amerika omschakelde van een agrarische naar een industriële samenleving. “Ik spreek niet van een depressie, want dat vind ik een vervelend woord.
CTR-ALT-DEL
Dit is de Great Reset. De complete economische structuur zal veranderen, inclusief de manier van leven van mensen.†Binnenkort het complete verhaal van het interview met Richard Florida over het investeren in talent als enige juiste aanpak tegen de crisis.
Bron: Sociale Innovatie
Geen reacties »
Posted on 20 februari 2009 by Neo Xirtam in Sociale Innovatie
VN:F [1.9.17_1161] VN:F [1.9.17_1161] Rating: 0.0/10 (0 votes cast) Onderwijs dat recht doet aan de ontwikkeling van talent in de kenniseconomie zou een Michelin model moeten hebben. Restaurants met een ster voldoen aan hoge eisen en ze zijn allemaal anders. “Maar in plaats daarvan heeft ons onderwijs een fast food-model. Alles is gestandaardiseerd en het smaakt overal hetzelfde,â€stelt Sir Ken Robinson. Robinson is een autoriteit op het gebied van het ontwikkelen van creativiteit en talent en sprak bij de Agora Talentia in Pamplona waar socialeinnovatie.nu een exclusief interview met hem had.
De Agora Talentia in de Noord Spaanse regio Navarra markeert het begin van het Europese jaar van creativiteit en innovatie. Het tweedaagse congres met sprekers als Sir Ken Robinson en Richard Florida was opgezet om een aanzet te maken voor een talent manifest voor Navarra. De uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling in Navarra zijn relatief hoog, maar de nadruk ligt nog te weinig op sociale innovatie, menen de Spanjaarden. Wat Sir Ken betreft is het hoog tijd dat het roer in de onderwijssystemen in Europa omgaat, zeker nu er sprake van een crisis is.
“Er is een tweede klimaatcrisis gaande,†begint Robinson. “Het is een crisis van human resources. We putten niet alleen onze natuurlijke hulpbronnen uit, we maken ook slecht gebruik van onze natuurlijke, menselijke talenten. Die zijn niet altijd wat je aan de oppervlakte ziet en wat er in ons onderwijs uit komt. Talent sluimert onder de oppervlakte en moet tot leven gebracht worden. Ons onderwijs helpt het eerder om zeep. Het onderdrukt onze creativiteit en later moeten al die volwassenen naar congressen om te leren hoe ze creatief moeten zijn.â€
Mythe
“De reden dat ons talent zo slecht ontwikkeld wordt en onze creativiteit niet floreert, komt door wat ik de lineaire mythe van ons onderwijs noem. Het systeem van opeenvolgende leerjaren die een doorgaande lijn in de tijd vormen is een overblijfsel van een industrieel verleden. Dat was prima toen je mensen in productiesystemen en organisatieharkjes moest stoppen, maar die economie hebben we niet meer. Het leven zelf is ook niet lineair, maar eerder cyclisch,†aldus Sir Ken Robinson.
Het onderwijs voor de kennissamenleving moet een vorm zijn die de nadruk legt op het creëren van de beste omgeving en randvoorwaarden. En de uitkomst daarvan is voor iedereen anders. Robinson: “Net als bij de Michelin gids gaat het om het creëren van een hoogwaardige diversiteit en niet om eenvormigheid. De metafoor die daar het beste bij past is niet die van een industrieel geordend model, maar dat van de landbouw. Een boer is een meester in zijn kennis van de randvoorwaarden en omgevingsfactoren. Hij gaat geen gewassen kweken door er blaadjes op te plakken en alles groen te schilderen.â€
Voorwaarden
Het onderwijs moet niet hervormen maar transformeren. Wat Robinson betreft dienen drie randvoorwaarden te veranderen. “Ten eerste hebben we curricula nodig die breder zijn en allerlei keuzemogelijkheden bieden. Ten tweede heb je docenten nodig die leerlingen inspireren en ze betrekken bij leren in plaats van ze louter te instrueren. Dat betekent ondermeer dat er een prioriteit dient te liggen bij onze lerarenopleidingen. En ten derde heb je vormen van toetsing nodig die niet gericht zijn op het produceren van één juist antwoord of een keuze uit een paar mogelijkheden. Zo zit de wereld niet in elkaar.â€
Op de vraag of de economische crisis wel een goede tijd is om je met creativiteit in het onderwijs bezig te houden, kan Sir Ken kort zijn: “Er is geen tijd die beter geschikt is om creatief te worden dan nu. In deze crisis is de volledige inzet van onze creativiteit onze enige toevlucht.â€
Bron: Sociale Innovatie
Noot van de Sociale Innovatie redactie: het nieuwste boek van Ken Robinson, Het Element, verschijnt binnenkort in het Nederlands.
Geen reacties »
Posted on 26 januari 2009 by Neo Xirtam in Sociale Innovatie
VN:F [1.9.17_1161] VN:F [1.9.17_1161] Rating: 0.0/10 (0 votes cast) Een wereldwijd onderzoek onder topmanagers door management adviesbureau Booz & Company brengt verontrustende conclusies aan het licht. Het blijkt dat 1 op de 3 leden van de ondervraagde Raden van Bestuur weinig vertrouwen heeft in de eigen plannen om hun bedrijf door de crisis heen te helpen.
Een op de drie topmanagers (CEO’s en andere leden van de Raad van Bestuur) heeft weinig vertrouwen in de eigen bedrijfsplannen om de economische crisis te lijf te gaan. Booz & Company stelde vragen hierover aan 828 senior managers over de wereld. De ondervraagde topmanagers zijn afkomstig uit verschillende branches, te weten consumentendiensten -en goederen, energie- en nutsbedrijven, gezondheidszorg en farmaceutische bedrijven, industrie, professionele dienstverlening, telecom -en media, transport en financiële dienstverlening.
Twijfel aan leiderschap
Twijfel bestaat er niet alleen aan de plannen, maar ook aan het leiderschap van de eigen organisatie. 46% van het totaal aantal ondervraagden is zelfs sceptisch of de managers binnen het bedrijf over de juiste leiderschapskwaliteiten beschikken, los van de kwaliteit van de plannen. Wanneer we alleen kijken naar de respondenten buiten het topbestuur, dan twijfelt zelfs 51% aan de leiderschapkwaliteiten van de eigen top. “Veel leidinggevenden zijn lam geslagen door de effecten van de snelle economische neergang in de afgelopen maanden”, zegt Neil McArthur, vice president van Booz & Company: “Ze weten dat ze moeten reageren maar ze weten niet hoe.”
Volgens het onderzoek kiest een derde van de ondervraagde bedrijven niet voor de juiste strategie passend bij hun financiële situatie. 65% van de bedrijven die in financiële nood verkeren, focust tegen de verwachting in niet op de liquiditeitspositie door de verkoop van activa of het zeker stellen van externe financiering. In plaats daarvan houden zij zich bezig met groei of hebben ze nog geen maatregelen genomen. McArthur stelt dat bedrijven blindelings initiatieven nemen zonder goede analyse vooraf. Hij noemt die ontwikkeling ‘zorgelijk’.
Lees hier het volledige artikel
Geen reacties »
Posted on 21 januari 2009 by Neo Xirtam in Sociale Innovatie
VN:F [1.9.17_1161] VN:F [1.9.17_1161] Rating: 0.0/10 (0 votes cast)  Rene Tissen Volgens René Tissen leidt de aanhoudende kredietcrisis in de VS tot meerdere vertrouwensbreuken die ‘morele rot’ tot gevolg hebben. De kredietcrisis tast de sociale binding in Amerika aan. Er liggen kansen voor Europa, met Nederland voorop, om het wereldleiderschap over te nemen door onze ‘morele visie op de economie’ die gebaseerd is op sociale cohesie.
Ook na de recente spectaculaire renteverlaging van de Fed en voortdurende kapitaalinjecties van andere centrale banken zal de kredietcrisis niet overgaan. Erger nog, de eerder in alle toonaarden ontkende economische effecten worden pas nu in hun volle negatieve omvang zichtbaar. Nu is de consument aan zet, want daar draait de economie op en die consument zal het laten afweten. Want ook aan schulden hangt een prijskaartje en dat begint bij Amerikanen door te dringen.
Wat (nog) niet aan de oppervlakte komt is het effect van de kredietcrisis op de positie van Amerika als wereldleider met (moreel) gezag. Door de crisis tekent het (economische) verval van de Verenigde Staten zich scherper af dan ooit. Dat komt niet alleen doordat de groei van de laatste jaren op lucht is gebaseerd, maar vooral omdat de morele basis van de economie – ook in de ogen van de gemiddelde Amerikaan – is aangetast. Dat raakt de essentie van de Amerikaanse droom en daarmee de essentie van de VS als leidende natie. Kan en moet Europa het stokje overnemen?
Tal van factoren, zoals Irak, tasten momenteel het morele gezag van de VS aan. Maar nooit eerder is dat echter gebeurd door een zodanige vertrouwensbreuk (in het financiële systeem), dat het aan de Amerikaanse droom raakt. Dat vertrouwen is door de kredietcrisis weggeslagen en komt niet snel weer terug. Sussende woorden van Bush over het beschermen van gedupeerde huizenbezitters zullen niets uithalen. De lucht is eruit.
Er is in ieder geval sprake van een vertrouwensbreuk tussen hypotheeknemers en geldverstrekkers. Zoveel staat wel vast. Geen consument die er nog aan denkt om veel geldschulden op zich te nemen. De schuldhulp van Bush kan zelfs averechts uitpakken, omdat alle huizenbezitters die niet voor de maatregel in aanmerking komen de rechtvaardigheid ervan in twijfel zullen trekken. Waarom zij wel en ik niet?
Ten tweede is er sprake van een vertrouwensbreuk tussen financiële instellingen en het publiek. Voor de meeste mensen zijn financiële instellingen allang niet meer de maatschappelijke instellingen die het ooit waren, maar mocht daadwerkelijk blijken dat structurele zelfverrijking aan de basis staat van de huidige problemen in de financiële sector, dan is het morele einde – ook voor de Amerikanen – zoek.
Het is een bekend gegeven dat zodra zich een of meerdere vertrouwensbreuken voordoen die mensen in hun gevoel van rechtvaardigheid raken, morele ‘rot’ optreedt. Die rot holt de economie van binnen uit, simpelweg omdat de maatstaven voor mensen van goed of slecht handelen er onduidelijk door zijn geworden. Zodra daarvan sprake is, verwordt een economie in snel tempo tot een bewegingsoorlog van individuen op weg naar de zelfverrijking van enkelen ten koste van de welvaart van velen. Zo’n economie heeft geen samenbindende werking. En zij biedt ook geen toekomstkansen voor groepen mensen die het van werken en niet van geluk moeten hebben.
In situaties van moreel verval slaat individueel ondernemen om in individualisme en slaat rijkdom om in hebzucht. Duidelijk is dat de Verenigde Staten momenteel met economisch moreel verval worden geconfronteerd. Moreel verval doet zich vrijwel altijd voor in situaties van uitputting, simpelweg omdat het teveel energie en moeite kost om aan essentiële maatstaven van moreel gedrag te voldoen.
De VS is zo’n uitgeput land, net zoals het Verenigd Koninkrijk dat direct na de tweede wereldoorlog was. Toen kon en wilde Amerika het stokje overnemen. Nu moet Europa het leiderschap van de wereld op zich nemen. Europa kan dat en wel om één reden. Die van sociale cohesie. Altijd is in Europa gestreefd naar een redelijk evenwicht tussen arm en rijk, tussen individueel belang en het algemeen belang. En altijd is er ook gestreefd naar een dynamische middenklasse als motor voor groei en ontwikkeling. Toegegeven, er zijn grote verschillen tussen Europese landen, maar die raken de morele essentie van de Europese economie niet.
Kan Europa wereldleider zijn met de opkomst van China en India? Uiteraard, want een economie gebaseerd op goedkope arbeid, zal het op termijn altijd afleggen tegen een economie gebaseerd op sociale samenhang. Europa moet haar morele visie op de economie tot dominante visie maken. Nederland kan hier een voortrekkersrol vervullen die kansrijk is. Wij zijn bij uitstek een middenland met hoge welvaart en bewijzen daarmee het gelijk van een Europese economie gebaseerd op heldere morele principes en uitgangspunten. Langs deze weg komt niet alleen Europa veel dichterbij, maar krijgt ons land een nieuw en gefocust elan om sociaal te innoveren.
Bron: Sociale Innovatie
Geen reacties »
Posted on 15 december 2008 by Neo Xirtam in Sociale Innovatie
VN:F [1.9.17_1161] VN:F [1.9.17_1161] Rating: 0.0/10 (0 votes cast) Column van prof. dr. René Tissen
Nyenrode Business Universiteit
Ieder geeft op eigen wijze invulling aan zijn of haar leven. Niet iedereen is even actief. Sommigen willen nu eenmaal meer bereiken dan anderen, maar met zijn allen zijn wij druk doende om er wat van te maken. Ik ken in ieder geval niemand die ’s morgens naar zijn werk gaat met de bedoeling om er een zooitje van te maken. Zelfs president Bush niet. Sterker nog, de meeste mensen hebben het liefst hun tuintje goed op orde. ‘Maak af waar je aan begonnen bent’, ‘Stel niet uit tot morgen wat je vandaag kunt doen’, enzovoort. Het rijtje kan naar believen worden uitgebreid. Niets doen, vinden wij meestal eng. Iedereen klaagt weliswaar over te weinig tijd en over stress, maar o wee als we van het een – tijd – teveel hebben en het ander te weinig -stress. Dan slaat de grote leegte toe…
Wat vroeger gewoon was, namelijk tijd en ruimte om niets te doen, terwijl er toch altijd wel wat te doen was, wordt tegenwoordig als een luxe gezien. Het is een luxe die slechts een welgestelde enkeling zich kan veroorloven. Die zijn dan ook volgens ons stuk voor stuk ongelukkig, maar hebben een mooie manier gevonden om dat te verbloemen. De dreiging van leegte heeft ook tot gevolg dat wij niet meer in staat zijn om dingen te laten ontstaan. Wij kunnen niet meer loslaten en afwachten totdat iets – als het ware vanzelf- tot resultaat komt. Wij moeten er ons bijna dwangmatig mee bemoeien, want stel je voor dat het allemaal anders uitpakt dan ons voor ogen staat.
Was het nog niet zo lang geleden heel gewoon om zaken op hun beloop te laten – ‘het komt wel goed’ – , tegenwoordig is dat ondenkbaar. Al was het alleen maar om redenen van (formele) aansprakelijkheid. Bij het geringste foutje word je genadeloos afgerekend. Vertrouwen heeft plaatsgemaakt voor wantrouwen. Het maakbaarheidsdenken heeft overtuigend gewonnen van het ontstaanbaarheidsdenken. Met als gevolg dat wij alleen nog maar in resultaten kunnen denken en niet in de context waarbinnen die resultaten moeten c.q. kunnen worden bereikt. Het één hoeft weliswaar het ander niet uit te sluiten, maar wij kijken liever naar een deel van de werkelijkheid – het resultaat – dan naar de gehele realiteit van verwarrende en tegenstrijdige inzichten, opvattingen en ontwikkelingen – de context. En daar zit ‘em de kneep.
Wij zijn doelgerichte pragmatici geworden die ons oog uitsluitend op de eindstreep hebben gericht, zonder dat wij het belang en de waarde inzien van de juiste randvoorwaarden en condities. De condities moeten zich maar schikken naar hetgeen ons voor ogen staat. En als de werkelijkheid zich ineens niet aan onze doelen aanpast, dan ontkennen wij die werkelijkheid het liefst of leggen wij de schuld bij een ander. Het leven als een allesoverheersende militaire marsroute dringt zich op. Vooral voor managers is deze werkelijkheid dagelijkse realiteit geworden. Zij behoren tot de uitverkorenen die hoe dan ook resultaten moeten bereiken, want aan hen hebben wij ons lot verbonden. De eerste CEO die het in zijn hoofd haalt om het maakbaarheidsdenken ook maar enigszins te nuanceren wordt snel en doelgericht uit zijn of haar functie verwijderd. Het ‘van de beurs’ halen van een onderneming wordt vanuit dit perspectief gezien, met grote argwaan bekeken. Want we wijten dat aan een gebrek aan ambitie. We verwijten hen dat zelfs. De andere kant willen we niet horen.
Ambitie is het toverwoord voor hedendaags succes geworden, niet de omgeving waarbinnen die ambitie – het elixer – gerealiseerd kan en moet worden. Dat is voor softies. Daarom gaan managers ook altijd voor de harde innovatie, als ze al voor innovatie gaan, en niet voor zachte innovatie. Want harde innovatie draagt in ieder geval de illusie van maakbaarheid in zich en dat is beter dan de vage belofte van sociale innovatie. Sociale innovatie laten we liever over aan de politiek, want daar zijn per slot van rekening politici voor, nietwaar? Gemakshalve vergeten we dan maar even dat diezelfde politici ook managers zijn geworden en ook de maakbaarheidsgedachte tot afgod hebben verheven. De ene politicus na de andere rolt over ons heen met nieuwe initiatieven om Nederland snel en doelgericht op orde te krijgen. Van enige vrijheid – van enige ontstaanbaarheid – is in dit land allang geen sprake meer. Niets mag meer aan het toeval worden overgelaten, niets mag meer voor een verrassing zorgen. Want de kiezers rekenen je er keihard op af en dat kan aftreden betekenen.
Maar ja, door dat maakbaarheidsdenken is sociale innovatie feitelijk onmogelijk geworden. Want die gedijt alleen in een cultuur van sociale cohesie, en dat is een cultuur van mensen in organisaties en in landen die weten én aanvoelen waarom zij een menselijk geheel met elkaar (willen) vormen. Die weten wat hen onderling (ver-bindt en die weten dat er maar twee criteria zijn voor écht succes: begrip en vertrouwen. En die daarom ook weten dat resultaten alleen bereikt kunnen worden in – en met behulp van – de juiste (sociale) randvoorwaarden en condities. Jammer is alleen dat die zich nou net niet resultaatgericht laten afdwingen. Daarvoor moet gezaaid worden, zonder dat de oogst op voorhand vaststaat en zonder dat de oplossing ligt in het kopen van zaaigoed.
Het syndroom van Maak! heeft ervoor gezorgd dat we geen weg meer uit deze impasse weten te vinden. Ons denken staat het niet meer toe en daarmee zijn we op een doodlopende weg gekomen. Wij zijn in weerwil van de bedoelingen eigenlijk een beetje totalitair geworden en dat is beangstigend. Is er nog hoop? Jazeker, maar niet langs enkelvoudige, voor de hand liggende weg. Met ‘simpeldenken’ komen we er niet. Wel langs onorthodoxe weg en die is soms verrassend.
De oplossing ligt in de vergrijzing. Daar ligt dus niet – zoals vele boze tongen beweren – het probleem. Nederland wordt ouder en dat is onze redding, niet onze ondergang. Want op latere leeftijd, zo rond de vijftig, beginnen we – gelukkig maar – de relativiteit der dingen in te zien. We beginnen (meer) waarde te hechten aan de juiste sociale condities en randvoorwaarden. Individualiteit maakt plaats voor gemeenschapszin. Zelfs de meest individualistische diehard krijgt op latere leeftijd sociale behoeftes. De openheid van denken (aan en over anderen) die dat veelal met zich meebrengt, biedt een mooie, maar nog onontgonnen kans op toekomstige welvaart. Mooier kunnen wij het ons niet wensen. Want we geven er jongeren een krachtige basis mee, een basis die het hen mogelijk maakt om hun weg in deze wereld te kunnen vinden, zonder dat ze bang hoeven te zijn voor het ravijn van de leegte. Het biedt hen een springplank om resultaatgericht te kunnen werken en om hun eigen stempel op arbeid en op de samenleving te kunnen drukken. Voor ouderen is het een mooie klus om resultaat te kunnen bereiken. Voor het nageslacht en niet voor henzelf.
Bron: Sociale Innovatie
Geen reacties »
|