![]() |
Paul Hellyer: UFO Disclosure For Clean Energy (video)Posted on 22 maart 2012 by Neo Xirtam in UFO's
Bij patiënten met de oogziekte retinitis pigmentosa sterven de lichtgevoelige cellen in het netvlies langzaam af. In de loop van jaren worden de patiënten blind. In een oogziekenhuis in het Duitse Tübingen wordt geëxperimenteerd met een elektronische chip die de functie van de beschadigde cellen in het netvlies over kan nemen. De chip, met 1500 lichtontvangers, is ontsproten aan het brein van de Duitse oogarts prof. Dr. Eberhart Zrenner. De chip is tot nu toe bij zo’n 20 patiënten met retinitis pigmentosa geïmplanteerd. Een van de patiënten die aan de klinische trial meedeed is de Nederlander Ludo Hoendervangers. Een jaar lang kon hij weer zien, weliswaar op een andere manier dan vroeger, maar voldoende om het gezicht van zijn vrouw voor het eerst te kunnen zien. Verder in Labyrint: de winnaars van de Labyrint Publieksprijs 2011. Drie jonge, enthousiaste hersenonderzoekers van de Universiteit Maastricht nemen de kijker mee op een fascinerende tocht door het menselijk brein. Uitzending: Woensdag 21 maart 2012, 20.50 uur Ned 2 Direct na de uitzending kun je doorpraten met wetenschappers in de wekelijkse Labyrint napraatsessie. Beneath the pyramids of Egypt lies a lost underworld of catacombs, hewn chambers and cave tunnels that have remained unexplored for hundreds of years. They are alluded to in ancient texts and Arab legends, but have been left unexplored until today. They have now been rediscovered and investigated for the first time. What exactly does this subterranean realm tell us about the pyramids, their relationship to the stars and the mythical origins of Egyptian civilization? Discover for yourself as we explore the “Lost Caves of Giza.”
Als schrijver en columnist ken ik de kracht van woorden. In deze maatschappij lijken woorden de belangrijkste en sturende manier van communicatie. Het kenmerkt ons sociale structuur, we kunnen gevoelens en ideeën delen. Hoewel non-verbale taal het grootste deel van onze communicatie uitmaakt, kennen we daar minder waarde aan toe. De taal van deskundigen en andere ‘autoriteiten’ kan zich uiten in verdeel-en-heers, doordat men alleen nog binnen de kaders van een bepaalde leer elkaar bekijkt. Tot zover iemands bewustzijnsruimte afhankelijk is van woorden. Het karakter van iemand verdrinkt in al die rapporten, diagnoses en prognoses. Vaktaal kan de essentie vernietigen en mensen in voorwerpen of medische objecten veranderen. Door niet meer van ‘personen’ of ‘mensen’ te spreken, maar van ziektebeelden of ‘geval’, lijkt de buitenwereld niet meer geschokt door wat er met ‘patiënten’ gebeurt. Het gaat immers niet over mensen, maar over ‘gevallen’. Zij zijn kansloos gemaakt, doordat de maatschappij hen niet meer als volwaardig ziet. Prognoses lijken een script die de toekomst in grote lijnen plannen. Een voorspelling die zichzelf waarmaakt. De ‘patiënt’ heeft geen recht van spreken, want die heeft geen ziekte-inzicht. Men denkt in problemen, gedrag, nummers, symptomen en ziektebeelden, in plaats van gevoelens, ervaringen, iemands wensen, verhaal en de mens zelf. Je wordt het zwijgen opgelegd, laat staan dat je in een gesprek van mens tot mens je gevoelens kan uiten en je verhaal kan vertellen en men aan de slag gaat met je wensen. De psychiatrie heeft een wetenschappelijke status en kan naar believen (met instemming van een rechter) iemand jarenlang opsluiten en ziek maken met chemische middelen, eenzame opsluiting en hersenspoeling, zonder dat de behandelaars in gewetensnood hoeven te komen. Het ‘behandeling’, ‘zorg’, of zelfs ‘therapie’ noemen, laat het legitiem klinken. Met andere woorden (letterlijk) kun je de betekenis verhullen. Voor psychiatrische ziekten is nagenoeg geen medisch bewijs. Het is een interpretatie van gedrag. Zo was homoseksualiteit tot in de jaren 70 ook een psychiatrische diagnose. Het is de cultuur en tijdsgeest die voorschrijft wat ‘normaal’ en wat ziek of gestoord is. Wat iemand waard is. Mensen die anders zijn, denken of voelen, is volgens de heersende visie al snel onbetrouwbaar of zelfs gevaarlijk. Taal is politiek. Baby’s die nog niet kunnen praten, kunnen als een pakketje worden behandeld. Hun huilen kun je naar believen interpreteren. De opvoeding die je vroeger kreeg, het heersende beeld van kinderen en zelfs de emotionele stemming. Door baby’s en peuters bij voorbaat ‘brulkikkers’ of ‘directeurtjes’ te noemen, kan iemand hun gevoelens en behoeften afserveren en er een leuke anekdote van maken: “Het luchtalarm gaat af!” Groeien kinderen op, is de kans groot dat ze hun ervaringen doorgeven aan hun eigen kinderen. Ze geloven dat het leven zo in elkaar zit. Vele boeken en artikeltjes over opvoeden zijn puur praktisch van aard, zonder het kind een stem te geven en zonder zich in de beleving en behoeften van een kind te verdiepen. Een soort Doe-het-zelf handleiding, voor een defect apparaat. Ik ken enkele auteurs die meevoelen met kinderen en vanuit inzicht schrijven over hun ontwikkeling en aard en welke invloed de opvoeding en omgeving daarop heeft. Die de positie en de noodsituatie van vele kinderen erkennen. Er zijn ook ouders en andere verzorgers die een kind erkennen als mens en respect hebben voor z’n persoon, beleving, noden en interesses. Die het kind ook kind laten, het de ruimte geven te onderzoeken, leren en spelen (wat bij kinderen hand in hand gaat) en het toch de veiligheid van grenzen biedt. Niet alleen grenzen aangeven náár het kind toe, maar ook die ván het kind bewaken als iemand daar overheen gaat. Ook een kind heeft behoefte aan integriteit. Taal kan ook helen. Een goed gesprek kon ook iets helen en me helpen bepaalde gebeurtenissen te verwerken. Ik kon mijn gevoelens uiten. Dan volgde er opluchting en was er weer ruimte voor iets anders. Met veertien jaar was ik ‘depressief’ (ook een label). Thuis voelde ik me ongewenst en op school werd ik buitengesloten en gehoond omdat ik te ‘sip’ was. Nauwelijks had ik de kracht om door te gaan en ik kon niet meer meekomen op school. Ik ging bij mijn vader wonen en vaak praatten we uren. Hij had echte aandacht voor mijn verhaal en voelde met me mee. Ook de humor hielden we erin. Ik kikkerde op en had weer zin in het leven. De meest waardevolle ‘hulpverleners’ waren degenen die van mens tot mens met me praatten, in plaats van over me praatten. Die naar mijn verhaal luisterde, in plaats van zelf een ‘professioneel’ verhaal op papier te zetten. In het echt ben ik een ander iemand dan op papier. Woorden hebben mij zowel vernederd, afgebroken als geholpen in mijn persoonlijke ontwikkeling. De intentie bepaalt of woorden angst creëren of liefde. |
(C) stomverbaasd.com 2006 - 2011


Door Sarah Morton






Artikelen (RSS)