Europa’s toekomst als ‘lerende samenleving’

HofheinzKennis en vaardigheden zijn de sleutel tot een concurrerende toekomst voor Europa. En er zou vooral meer sociale innovatie mogen plaatsvinden. Dat stelt Lisbon Council voorzitter Paul Hofheinz in een beleidsaanbeveling aan de nieuwe Europese Commissie. Aan onderzoeken en analyses geen gebrek, zo stelt Hofheinz. ‘Gelet op de stapel papier en rapporten zouden we met een straatlengte voorsprong al de meest concurrerende regio ter wereld zijn.’ Maar, het thema blijft steken in discussies. Om die reden heeft de Lisbon Council een agenda opgesteld om Europa als lerende samenleving vlot te trekken.

Kort gesteld komt het hier op neer: de Europese landen zijn vaak nog steeds leidend op vele gebieden van kennis, wetenschap en onderwijs. Het goede niveau blijft behouden. Maar andere landen, en met name in AziŽ, lopen deze achterstand razendsnel in. Iedereen in Europa weet dat, maar er is een neiging om de kop in het zand te steken als het om de sociale en economische uitdagingen gaat die ons in het volgende decennium te wachten staan.

Het is net, zo stelt Hofheinz in de aanbeveling EU2020: Why skills are Key for Europe’s Future, alsof we ons het liefst verstoppen voor de bedreigingen in plaats van actief de vernieuwing te zoeken. Maar, zo stelt de Lisbon Council, als we nu niet in actie komen dan is het in het komende decennium afgelopen met onze vooraanstaande positie. Een krimpende, vergrijzende beroepsbevolking, een te hoog percentage te laag opgeleiden en een niet snel vernieuwend en verbeterend onderwijssysteem vormen een perfecte voedingsbodem voor neergang. Onderwijs ten behoeve van kennis, creativiteit en innovatie is dť sleutel.

Een goed verhaal over globalisering
Globalisering is goed, stelt Hofheinz. Het heeft de levensstandaard in Europa enorm verhoogd. De uitkomst van die globalisering is al bekend: de winnaars zijn hoogopgeleide mensen in de ontwikkelde wereld en de verliezers zijn onze laagopgeleiden. Je ogen sluiten voor globalisering heeft geen zin. De EU kan er beter voor zorgen dat zij, om politiek draagvlak te creŽren, eindelijk eens goed uitlegt dat kennis en vaardigheden ons zover gebracht hebben en dat alleen kennis en vaardigheden ons verder kunnen brengen. Nee zeggen tegen globalisering heeft weinig zin, aldus Hofheinz, want je doet eraan mee of je nou wilt of niet.

De Lisbon Council legt in haar aanbeveling de strategie uit voor de Europese Commissie om dit verhaal goed voor het voetlicht te gaan brengen. Het ontbreekt in Europa namelijk aan een brede maatschappelijke consensus dat kennis en vaardigheden de sleutel vormen tot ťn sociale cohesie ťn duurzame welvaart. Kortom, het ontbreekt Europa aan het juiste verhaal. En zonder het juiste verhaal gaan mensen niet bewegen.

Investeren in opleidingsniveau
Het staat buiten kijf dat een van de belangrijkste graadmeters voor het economische succes van een stad, regio of land het gemiddelde opleidingsniveau van de beroepsbevolking is. Investeren in onderwijs betaalt zich altijd terug, op individueel en op nationaal niveau. De OESO heeft met complexe berekeningen aangetoond dat investeringen in een individuele student uiteindelijk Ä 34,000 per afgestudeerde opleveren in termen van extra belastingopbrengsten. En dat is na aftrek van studiebeurzen en dergelijke. Iedere afgestudeerde draagt dus netto fors bij aan wat een overheid aan de welvaart kan besteden

Aan de andere kant rekende de OESO voor dat een mannelijke student die afstudeert circa Ä 54,000 beter af is in netto waarde dan iemand zonder bul die werk zoekt. Het probleem in Europa zit echter bij de grote werkloosheid onder lager opgeleiden. In 2007 had in de 27 EU – landen gemiddeld 83,8% van de hoog opgeleiden werk tegenover slechts 48,6% van de laag opgeleiden. In Nederland liggen die percentages respectievelijk op 87,5% en 61,0%.

Het centrale probleem van Europa als terugvallende kennisregio kent twee oorzaken. Ten eerste achterblijvende investeringen in onderwijs in Europa, ongeacht of het nu de overheid of het individu is waar de investeringen vandaan komen. En, ten tweede, beperkte mogelijkheden voor een levenlang leren en dan met name op het gebied van scholing vanuit het werk zoals training on the job.

Sociale innovatie
Europa moet een lerende samenleving zijn, stelt Hofheinz. En zoveel mogelijk mensen moeten daar deel aan kunnen nemen. En belangrijker nog dan technologische kennis is de mogelijkheid die mensen moeten hebben om te leren creatief te denken en daarmee op nieuwe manieren van organiseren en samenwerken komen. Daarbij moet Europa vooral zorgen dat kennis niet het voorrecht is van de elite. Ook op het gebied van scholing en on the job training blijkt namelijk dat het vooral de hoger opgeleiden in Europa zijn die daar toegang toe hebben. Degenen die dit het hardste nodig hebben, krijgen het het minst.

Hofheinz ondersteunt ondermeer de aanbeveling die de Onderwijs Raad aan de EU heeft gegeven, namelijk om in 2020 ernaar te streven dat 40% van de beroepsbevolking een tertiaire opleiding heeft. Een globale doelstelling, weet Hofheinz, maar concreet worden over je doelen helpt wel. Nederland zit daar met 42% al wel boven, maar heeft een redelijke achterstand op Polen (49%) of Finland (48%).

Het zal volgens de Lisbon Council in het komende decennium juist de sociale agenda zijn die bepalend wordt voor de concurrentiekracht van Europa. Simpel gesteld, aldus Hofheinz: als we beter willen leven dan de rest van de wereld, dan moeten we beter zijn dan de rest van de wereld.

EU2020: Why skills are Key for Europe’s Future kunt u downloaden via†www.lisboncouncil.org.

Bron: sociale innovatie

Zwitsers doen het samen

sociale-innovatieNederland zou een voorbeeld kunnen nemen aan Zwitserland, staat in het persbericht van de wereld concurrentie index. Citaat: “De inzet op innovatie, een geavanceerde bedrijfscultuur, hoge private investeringen in Research & Development en hechte samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen drijven de Zwitserse economie naar de top.” Zwitsers doen het samen. En Zweden en Finnen doen het ook samen. Daarom staan ze bovenaan in Europa.

‘Een voorbeeld nemen aan Zwitserland’- ik vind het een lastig verhaal. ‘Jantje, als jij net zo hard je best deed als Pietje, dan had jij ook een goed rapport.’ Maar Jantje heeft geen goed rapport. En hij kan wel naar Pietje kijken, maar gaat hij daarmee harder lopen? Ik was de vorige maand in Zwitserland, in Wallis. Alles daar ademt kwaliteit, zorg en aandacht. Neem de grote supermarkt in Sierre – van alles het beste, het verste en liefst nog uit de streek zelf. De wijnen uit Wallis staan vooraan. Goedkope sloeberwijnen waren in een slecht verlicht uithoekje weggestopt. Daar ben je niet trots op. Het zijn dezelfde wijnen die bij ons vooraan in het schap staan. Bij het appartement in het dorp hing een briefje van een bewoner die vriendelijk verzocht dat degene die zijn hond uitliet, deze niet in het gras moest laten poepen. Dat zou de bodem verontreinigen en dan sterven op den duur unieke bloemen- en plantensoorten uit.

Wat zegt dat? Die Zwitsers zijn bezig met hun land, ze zijn er trots op en dan doe je er samen wat mee. Zoals de bedrijven die er nauw samenwerken met uitmuntende kennisinstellingen. Waar zijn wij Nederlanders trots op? Ik denk het vrouwenhockey, onze oranje voetbaldames, ons koningshuis wellicht. Hebben wij onze trots neergelegd bij anderen? Die doen het voor ons en wij kijken ernaar. Bij ons in de gemeente laten eigenaren hun honden overal poepen. Wat moet je anders doen? De laatste stukjes landelijk gebied bij ons worden volgebouwd met gezichtsloze woonwijken. Het nieuwe winkelcentrum staat al een jaar maar half afgebouwd te staan. Het geld is op. De eerste struiken groeien al door het nieuwe beton en de steigers heen. In de krant wordt opgeroepen tot broodnodige innovatie om de economie weer vlot te trekken.

Laten we een voorbeeld nemen aan Pietje. Prima, laten we dat maar doen. Dan stemmen we op de juiste partij en dan mag die Nederland vlot gaan trekken; gaan wij weer sport kijken en de hond uitlaten. Is dat innovatie? Volgens mij begint innovatie in de wijk waar ze samen besluiten om die hondenpoep kwijt te raken. Zonder trots doe je het niet samen, als je het niet samen doet, kun je niet innoveren.

Bron: Socialeinnovatie.com

De crisis duiden

sociale-innovatieIk heb zelden zoveel executives, topambtenaren en zelfs ministers een powerpoint sheet zien overschrijven als de sheet die IBM Europe topman Larry Hirst dit voorjaar in Brussel liet zien. Toen Hirst alweer een paar slides verder was, gingen er talrijke vingers de lucht in of hij die ene nog even wilde laten zien. Men was nog niet klaar met kopiŽren. Wat was dat dan voor slide? Het was een overzicht van alle grote technische innovaties sinds de achttiende eeuw en de onvermijdelijk crises die erop volgden. Je kan de historische klok erop gelijk zetten.

Even terug naar Brussel. Hirst vergeleek de recessie met eerdere periodes in de geschiedenis waarin de opkomst van ingrijpende vernieuwingen altijd gevolgd werd door een periode van paniek. Daarna gingen de innovaties pas ten volle toegepast worden. De industriŽle revolutie werd gevolgd door economische paniek in de achttiende eeuw. De periode van de stoom en spoorwegen leidde tot een crisis rond 1847. Daarna deed de periode van staal en elektriciteit zijn intree, die in de VS leidde tot de lange depressie van 1893. Begin twintigste eeuw brak het tijdperk van de olie aan met de auto en massaproductie. Dat had de beurscrash van 1929 tot gevolg. De brede toepassingen van die innovaties vonden pas na de Tweede Wereldoorlog plaats. Nu zitten we, met de ‘dot-com burst’ en de kredietcrisis, in de paniekperiode van het ICT Tijdperk. Met andere woorden, de brede toepassingen van alles wat internet ons te bieden heeft, zal dus pas na plaatsvinden nadat de crisis over is.

Van de week kwam ik erachter dat Hirst zijn ideeŽn had van Carlota Perez. Deze Venezuelaanse hoogleraar die aan de universiteiten van Cambridge en Tallinn werkt, doet al jaren historisch economisch onderzoek. Mensen hebben een sterke behoefte om de crisis te duiden en Perez doet dat, met een heldere precisie. Niet verwonderlijk dus dat zij de laatste jaren een veelgevraagd spreker is, vooral bij grote technologiebedrijven als IBM of Cisco. Haar boek, ‘The Dynamics of Bubbles and Golden Ages’ meldde in 2002 al dat, na de de dot-com burst, de grootste omwentelingen nog zouden komen. Nu hoorde ik vandaag op radio 1 een reportage over een non-fictie bestseller van een Spaanse academicus die het had over de crisis van 2010 die de crisis van nu zal doen verbleken. Dezelfde cycli passeren op de radio de revu, maar de ergste klap moet nog komen. Niks opleving. De huidige financiŽle injecties zijn niet meer dan amfetamine pillen voor een uitgeblust systeem. Even trekt de patiŽnt het wel weer, maar uitgeput raakt hij toch. Volgens Perez is de uitkomst van een en ander sterk afhankelijk van ons handelen. Als we instituties en systemen aan het einde van hun levenscyclus durven te veranderen, wacht ons een nieuwe gouden eeuw. Zo niet, dan is grote maatschappelijke onrust ons vooruitzicht voor de komende jaren.

Waar komt het vandaan en wat kunnen we doen? Verklaren van en richting geven aan de crisis is waar iedereen behoefte aan heeft. Het is waardeloos dat wij het hier in Nederland in de meeste media moeten doen met verklaringen vanuit de waan van de dag. We repareren de economie en de wagen kan weer de weg op. Maar wie de cyclische duiding van mensen als Carlota Perez serieus neemt en er de visies op organiseren van schrijvers als Don Tapscott, Clay Shirky of Charles Leadbeater naast legt, die kan niet anders dan tot de slotsom komen dat sociale innovatie nog veel urgenter is dan wij al dachten.

Bron: SocialeInnovatie.com

Bedrijven moeten als gemeenschap weer opgebouwd worden

Henry MintzbergHet ontkennen van het belang van gemeenschap in bedrijven is de werkelijke crisis achter de crisis. En deze community crisis is veel groter en belangrijker dan de economische recessie zelf. Dat stelt de befaamde managementhoogleraar Henry Mintzberg in een bijdrage aan de Harvard Business Review van juli/augustus. Kortetermijn winst- en bonusdenken heeft geleid tot executives die niet weten wat er aan de hand is en medewerkers die het niet meer interesseert wat er aan de hand is. Herstel van de organisatie als gemeenschap van betrokken mensen is volgens Mintzberg de enige oplossing.

Het gevoel dat mensen hebben ergens bij te horen en bij te dragen aan iets dat groter is dan henzelf is van levensbelang voor het voortbestaan van organisaties. En juist aan het gebrek van gemeenschapsgevoel in arbeidsorganisaties schort het al decennia, meent Mintzberg. Sociale innovatie is dringend gewenst, vooral op het vlak van wat leiderschap en management in het vervolg dienen in te houden. De managementopvattingen die wij tot nu toe hanteren moeten dan ook acuut herzien worden.

Hebzucht
Wat is het probleem achter de crisis? Natuurlijk, de subprime hypotheken en ondoorzichtige en complexe financiŽle constructies die bedrijven als dominostenen hebben doen omvallen. Maar, het echte probleem achter de crisis is een andere stelt Mintzberg in zijn artikel Rebuilding Companies as Communities. De drijfveer achter het promoten van slechte hypotheken was niets anders dan hebzucht. De verkoop stimuleren om bonussen te vergroten was de werkelijke reden. Degenen die de subprime hypotheken zo hartstochtelijk aanprezen hadden volgens Mintzberg lak aan de gevolgen. Aan de andere kant verwijt hij de financiŽle instellingen die de rotte hypotheken aankochten gebrek aan sturing. Hun Ďleiderschapí beperkte zich tot het op afstand uitroepen van commerciŽle doelstellingen die anderen moesten gaan behalen. Wat deze leiders hadden moeten doen is uit hun kantoor komen, de werkvloer op en meehelpen de bedrijfsprestaties verbeteren.

» Read more

Human Capitalism en de oprichting van de FNW

sociale-innovatieEen fraai stuk van Renť Tissen en Rosalie Burgers in Het Financieele Dagblad. Nederlandse ondernemingen doen er in deze crisis alles aan om mensen binnen de poort te houden. Werknemers zijn bereid om het met minder te doen om de zaak nu en later draaiende te houden. En managers doen er ook alles aan om ‘de boel bij elkaar te houden.’ Heeft de wal van sociaal denkend Nederland het schip van individualisme en eigenbelang gekeerd?

Het lijkt het begin van een beweging van het concept van de arbeidsorganisatie (terug) naar dat van de werkgemeenschap. De laatste jaren is er uiteraard al een toegenomen aandacht voor cross- en multidisciplinaire teams in organisaties waarin mensen van verschillende afdelingen zich gezamenlijk om een probleem scharen. Dat helpt niet alleen problemen oplossen, het creŽert ook een onderlinge band en trots.

Het is natuurlijk ook wel de tijdgeest die erom vraagt dat je nieuwe combinaties maakt en diversiteit aanwendt om complexe uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, maar in de nood leert men ook nu weer zijn vrienden kennen. En als leiders zich kwetsbaar durven opstellen en zichzelf openlijk deelgenoot maken van het probleem, de uitdaging en de oplossing, dan kunnen nieuwe manieren van sociale innovatie uit de werkgemeenschap zelf ontstaan. Blijkbaar is de sense of urgency die nodig is voor verandering geen gevoel dat bij ons op nationaal niveau opvlamt en aangestoken wordt door een ‘Yes, we can’-leider naar goed Amerikaans voorbeeld, maar een gedeeld gevoel op de werkvloer. De geest van de gilden en de VOC is in Nederland tenslotte ook geen construct van de vorst of baas van de zeven provinciŽn geweest. Het is net alsof we nu wakker worden, onszelf in de ogen wrijven, rondkijken en denken: ‘Nou, we hebben ons flink in de luren laten leggen door al dat Anglo-Amerikaanse aandeelhouderskwartaaldenken, maar genoeg is genoeg.’ Nederland is gewoon zo’n twintig jaar zichzelf niet geweest. Komen we daar misschien achter?

Het ligt niet in ons DNA om als een gek iets na te jagen. Doe maar gewoon. Nee, geef ons een gemeenschappelijke vijand – dan zie je onze sterkte. Of het nou Spaanse overheersers zijn, het wassende water of een geÔmporteerde graaicultuur met zijn financiŽle luchtkasteelconstructies die geen hond meer snapt. Dat eten gaat tegenstaan en wat de boer niet meer lustÖHulde dus aan het Humaan Kapitalisme dat echt uitgaat van human capital. En die macro- economen die menen dat het Europese model van sociaal kapitalisme en work-life balance een model is voor mensen met weinig ambitie: vette pech voor hen. Als die Chinezen en die IndiŽrs zichzelf zo graag in de smog van hun miljoenensteden een lekke hartklep willen werken, ga je gang. Je doet maar wat je niet laten kan. We did it our way. Straks blijken we de grondleggers te zijn van een nieuw wereldmodel, de New Dutch Model, Polder 3.0. Zijn we het eerste land ter wereld waarin werkgevers en vakbonden opgaan in een nieuwe organisatie: de FNW, de Federatie van Nederlandse Werkgemeenschappen. Yes, we can work it out!

Bron: Sociale Innovatie

1 2 3 5